GeoTagged, [N25.33378, W82.99824]
Heel vroeg in de ochtend word ik wakker omdat er iemand nogal hardhandig op mijn tenen tikt. Het is een man. Hij heeft een briefje en een pen in zijn hand en roept iets onverstaanbaars. Hij moet het een paar keer herhalen voor ik hem begrijp. Of ik lunch wil. Ik bestel er drie. Ik probeer nog een beetje te dommelen, het is nog heel vroeg en Tarah en Barth slapen ook nog. De machinist toetert voortdurend. We komen langs veel dorpjes en blijkbaar is het nodig om mens en dier erop te attenderen dat de trein eraan komt.
Even na achten is Barth uit bed dus ga ik er ook maar uit, slapen lukt toch niet meer. Het is, in tegenstelling tot de vorige treinrit, rustig in de trein. Slechts één keer worden we gevraagd of we chai willen. Dat willen we. Om half elf komt de man van de lunch. Hij zet drie papieren borden en wat bakjes met eten neer. Tarah slaapt nog en aangezien we zeker weten dat die toch geen rijst met groente wil (ik eet trouwens ook alleen de rijst op) geeft Barth die maaltijd aan een saddhoe die even eerder was komen vragen om iets te eten. Hij lag op het balkon te slapen en toen Barth hem aantikte kwam hij met de palmen van zijn handen tegen elkaar omhoog. Barth wees hem op het eten en nogmaals gingen zijn handen tegen elkaar. Hij had extreem verbaasd gekeken, vertelde Barth.
Vanaf een uur of elf staan we vlak voor een grote stad stil. We hebben geen idee waar we zijn en balen van het schijnbare oponthoud. Als we tegen twaalven weer gaan rijden zie ik het bord met de naam van het station: Varanasi Cantt. We zijn er al! Snel pakken we onze spullen in en stappen uit. Vrijwel meteen worden we aangesproken door een man die ons aanbiedt voor 50 rupees ons naar het hotel te rijden. Het lijkt erg weinig en ik ben wat cynisch. Er zal wel weer iets achter zitten. We worden met z'n drieën en bagage in één autoriksja gepropt en daar gaan we, de gigantische verkeerschaos in. Het duurt niet lang voor onze chauffeur de riksja aan de kant zet en ons vertelt dat we verder moeten lopen naar het hotel. Dat klopt, dat wisten we ook. De straatjes naar de ghats (rituele bad- en crematieplaatsen) zijn zo nauw dat er maar net twee mensen elkaar kunnen passeren. We vragen meermalen de weg en uiteindelijk loopt er iemand met ons mee om de weg te wijzen. We lopen zeker een kilometer door de straatjes. Ik ben er van overtuigd dat de riksjarijder ons veel te ver van het hotel heeft afgezet. Hij had dan behoorlijk om moeten rijden en dat zou meer gekost hebben. En als we later op de kaart kijken blijkt dit ook te kloppen. Hij had blijkbaar geen zin om langer door de drukte te rijden. Maar goed, we zijn er!
Alka hotel ligt pal aan de Ganges in een bocht waardoor je vanaf het terras een prachtig uitzicht hebt over de Ganges en de ghats. Onze kamer ligt aan het terras en we hoeven alleen maar de hoek om te gaan om van het uitzicht te genieten.
We douchen en gaan dan "even" liggen. Als we wakker worden is het al avond. We gaan op het terras zitten en bestellen wat te eten en genieten van alles wat er langsglijdt. Maar niet lang. Het betrekt, begint stevig te waaien, de eerste druppels vallen en voor we het weten stortregent het en vliegt het plastic meubilair ons om de oren. De overkant van de Ganges is onzichtbaar geworden. We hebben vreselijk medelijden met al die toeristen die even daarvoor in hun bootjes langs waren komen varen, ze moeten het behoorlijk te verduren hebben gehad.
Het blijft de hele avond regenen dus gaan we in onze kamer wat lezen en een hele slechte film (Hot Shots: part deux, werkelijk abominabel slecht) kijken. Ach, je moet toch wat..
Geen opmerkingen:
Een reactie posten