Na het sobere ontbijtje (twee plakjes klef witbrood met een kuipje boter en een kuipje jam, te verdelen over de twee kleffe boterhammetjes) en ditmaal een warme emmer water om ons op te frissen wandelen we hoopvol naar de pier bij de Gateway of India. We willen graag naar Elephanta Island maar de afgelopen dagen hebben er geen boten uit kunnen varen vanwege het slechte weer. We hebben geluk! We kopen kaartjes en een kwartiertje later vertrekken we.
Elephanta Island staat op de Unesco Wereld Erfgoed lijst ligt op 9 kilometer en een uur varen afstand van het vasteland. Hier bevinden zich uit basalt uitgehouwen grot-tempels waarin zich een aantal van de meest indrukwekkende uit rotsen gehouwen kunstwerken bevinden. De tempels stammen waarschijnlijk ergens tussen de jaren 450 en 750 toen het eiland bekend stond als Gharapuri (plaats van grotten). De Portugezen hebben het hernoemd in Elephanta vanwege een grote stenen olifant bij de waterkant. Deze is echter in 1814 ingestort en bevindt zich nu in een museum in Mumbai.
Tijdens de boottocht regent het af en toe en ook als we bij het eiland aankomen miezert het. De boot legt aan bij een lange betonnen pier maar we zien al een miniatuurtreintje aan komen rijden die ons voor 10 rupees (15 cent) naar de trap die naar de grotten leidt brengt. Barth wordt aangesproken door een gids. Hij biedt aan ons te begeleiden langs de grotten en om vervolgens een bezoek aan zijn dorp te brengen. We accepteren zijn aanbod en beginnen samen met hem de klim over de 120 treden naar boven. Langs dit pad staan talloze kraampjes en de eigenaren proberen uit alle macht om ons iets te verkopen. Ondertussen proberen ook tientallen apen onze aandacht te krijgen: zij willen eten. We negeren beide en klimmen rustig naar boven. Onze gids, Chandra Khan vraagt onze namen en is blij verrast over Tarah's naam: "Indian name!". Vanaf dat moment is hij niet meer bij haar weg te slaan :-)
Als we boven zijn toont Chandra ons eerst de grootste grot en tempel die aan Shiva, de god van de verwoesting is gewijd. Hij wordt vaak gesymboliseerd door de veelvuldig aanbeden lingam, welke staat voor een fallus. Er staat dan ook een grote lingam in de tempel in een apart deel, bewaakt door prachtige beelden die de poortwachters verbeelden.
Vervolgens lopen we naar het meesterstuk: een 6 meter hoog beeld van Sadhashiva, welke de driekoppige Shiva uitbeeldt: die van vernietiger, schepper en behoeder van het universum. De ogen van Shiva zijn in eeuwige contemplatie gesloten, een schitterend serene aanblik. We zijn onder de indruk.
Chandra toont ons de laatste grot die van beelden voorzien is en hier bevindt zich een mooi beeld van mijn favoriete Hindu-god Ganesha, de god van het geluk. Ik begroet Ganesh en aai hem even over zijn gedeeltelijk verdwenen slurf.
We lopen verder via een aantal lege grotten. Hier bevinden zich geen beelden omdat het zandsteen is: de steen is te zacht om iets mee te doen. Chandra stelt voor om naar zijn dorp te lopen. Halverwege bevindt zich een kunstmatig soort dam. Hier vangt men tijdens de moesson het water op waar de1500 eilandbewoners de rest van het jaar mee moeten doen. Als we langs de dam lopen zien we een aapje zitten. Hij lijkt niet in orde en als we beter kijken zien we dat hij gescalpeerd is: zijn hersenpan ligt bloot en het vel hangt er naast. Waarschijnlijk heeft hij gevochten en is zo gewond geraakt en verstoten. Hij zit er triest bij, met zijn hoofd in zijn handen. We hebben wat gecarameliseerde pinda's bij ons en roepen hem. Behoedzaam klimt hij naar boven en accepteert dankbaar de brokken die we hem geven. Hij is ten dode opgeschreven. Al zijn de wonden opgedroogd, hij zal met zo'n kwetsbare plek nooit overleven. We hebben met hem te doen...
Even later arriveren we in het dorp. Er zijn weinig mensen, bijna iedereen staat z'n spulletjes te verkopen op de trappen. Chandra neemt ons mee naar zijn huis en zet een kopje chai voor ons. Het is een klein, leeg huisje. Een voor een mogen we een kijkje nemen in zijn keuken en hij probeert ons nog wat sieraden te verkopen. Hij vertelt dat zijn vrouw en drie dochters in New Mumbai, aan de andere kant van de baai wonen. Hij gaat iedere maandag, als Elephanta Island gesloten is, naar ze toe met de weekopbrengst. Vanwege het slechte weer zijn er een week geen toeristen geweest en was er dus ook geen opbrengst. We wandelen terug naar de winkeltjes. Barth en Tarah kopen wat kadootjes, we drinken nog wat en lopen dan naar de boot. Halverwege kopen we nog een bhelpuri, de locale specialiteit van Mumbai, gemaakt van gepofte rijst, linzen, citroensap, uien, kruiden en chutney. Het is droog maar wel lekker van smaak.
Vlak nadat we op de boot stappen vertrekken we. We gaan net als op de heenweg boven aan dek zitten en net als op de heenweg komt er een gozertje langs die hier 10 rupees voor wil hebben. We hebben geen kleingeld meer maar hij kan niet wisselen. Niet ins probleem vinden we maar hij blijft wat rondzeuren en mekkeren. Ik raak geïrriteerd en ben het zat. Dan maar naar beneden. Ik stap op de eerste trede van de trap, dan de tweede en dan glij ik uit. Ik was vergeten hoe glad alles hier is. Ik kan me de val en de klap op de grond ruim twee meter onder me niet herinneren, alleen de vele bezorgde mensen die van beneden en boven aan komen lopen. Dan voel ik de pijn aan mijn hand, pols, bovenarm en zijkant van mijn borstkas. Op twee plaatsen bloed het. Ik zeg tegen mijn helpers dat het wel gaat en loop dan weer een paar treden naar boven om Barth te roepen maar die had me zien verdwijnen en kwam er al aan. Dan komt de schrik en ik begin te trillen en wat te huilen. Gelukkig heb ik Barth en Tarah die me troosten. We verbinden de wondjes en even later gaat het wel weer, al begint er van alles op te zwellen en bont en blauw te worden. Maar dat gaat wel weer over, het had ook anders af kunnen lopen.
Als we weer wat aandacht voor de omgeving krijgen blijkt dat we een totaal andere route varen dan op de heenweg en even later leggen we aan bij een aftandse vuile werf. Bij het verlaten van de boot komen er nog wat Indiërs naar me toe om te vragen hoe het gaat, heel lief. Ze klagen allemaal over het gebrek aan een reling bij de trap en het feit dat de medewerkers van de boot niets aan het water op de trap doen.
We moeten een aardig stukje lopen voor we eindelijk een taxi vinden. We besluiten Om nog niet terug te gaan naar het hotel maar om naar Theobroma, een patisserie te gaan. Hier nemen we koffie/thee met een heerlijk gebakje tegen de schrik. Ook slaan we lekkere broodjes in voor de treinreis. Terug in het hotel lopen we eerst langs de receptie. Ik wil een korting op de hotelkosten vanwege het gebrek aan water. We konden niet alleen niet normaal douchen maar ook de wc niet doortrekken. Smerig. Ik doe mijn verhaal en krijg een bod van iets meer dan 600 rupees, 9 euro. Ik ga niet akkoord en na veel gepraat bieden ze het dubbele, waar ik ook niet mee akkoord ga. Ik had al een paar keer om de manager gevraagd en nu krijg ik hem aan de telefoon. Hij Is niet bereid om meer dan 20% korting te geven. Ik hang op maar krijg dan toch nog een bod van 1600 rupees, bijna een hele overnachting. We incasseren het geld en maken dat we wegkomen. terug in onze kamer maken we de schade op van de val en ontsmetten we de wondjes. Het grappige is dat er nu wel water is :-) We wilden eigenlijk nog naar de bioscoop maar daar hebben we geen zin meer in en ook geen tijd meer voor. We moeten nog wel iets eten en dat doen we heel fout bij de McDonalds.
We doden de tijd daarna met wat tv kijken tot Barth vraagt om nog even te checken of de trein echt om half twaalf vertrekt. Tot onze schrik blijkt de vertrektijd 22.40 te zijn! We gooien onze rugzakken vol, Barth gaat op zoek naar de taxi die we hadden gereserveerd en die er eerder al stond en ik lever de sleutel in bij de receptie. Wat volgt is een dollemansrit door Mumbai. De chauffeur rijdt door vrijwel ieder rood licht en scheurt door de straten en over de kruispunten. We houden soms onze adem in maar de chauffeur rijdt voortreffelijk en ruim op tijd komen we aan bij Bandra Terminus. We bedanken de chauffeur met een dikke fooi waar hij erg blij mee is en draven naar de ingang. We vinden het juiste perron met behulp van een meisje maar ze zet ons op het verkeerde been door te zeggen dat de trein die er staat niet de juiste is. Als we er een tijdje later achterkomen dat het tóch de juiste is moeten we ons haasten. We vinden onze coupé, er hangt een print van de bednummers en namen. We blijken bij een Moslim man met zijn zoon die net aan een McDonalds maaltijd zitten. We ploffen neer en halen opgelucht adem. We hebben het gehaald!
We blijken geen 1e klas tickets te hebben, er zijn ventilatoren en geen airco en beddengoed komt er ook niet. Het maakt ons niet uit. We pakken onze lakenzakken en leggen onze fleece onder ons hoofd. Barth en ik doen oordopjes in, Tarah slaapt naar eigen zeggen overal doorheen en we installeren ons voor de nacht, het begin van de bijna 24 uur durende treinreis naar Agra en haar wereldberoemde Taj Mahal.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten