zondag 8 augustus 2010

Woensdag 4 augustus 2010 - Varanasi


We beginnen de dag met een ontbijtje op het terras. Het weer is helemaal opgeknapt, de zon schijnt weer uitbundig over de Ganges.

We moeten eerst een ATM zien te vinden maar daarvoor moeten we ons eerst een weg banen door de smalle straatjes. Meer dan eens wordt de weg geblokkeerd door koeien of geiten, motorrijders toeteren je opzij en ondertussen moet je ook nog oppassen om niet in een grote vlaai koeienstront te stappen. Door vaak te vragen komen we uiteindelijk bij de hoofdstraat. Net als gisteren is de chaos hier compleet. Maar toch weet iedereen elkaar te ontwijken, mens, dier en machine.

De ATM is snel gevonden. Toen we in 2001 in India waren moesten we het nog doen met Traveller's cheques wat soms een uur of langer kon duren voor die ingewisseld waren. Nu heb je binnen twee minuten een pak rupees in je handen.

We zetten een vector uit naar de Vishwanath, ofwel de Gouden Tempel. Het is de meest populaire Hindu-tempel van Varanasi en is opgedragen aan Vishveswara: Shiva als heer van het universum.

In 1995 konden we zo doorlopen maar nu wordt het straatje waaraan de tempel ligt door een aantal militairen bewaakt. Om binnen te komen moeten we eerst onze rugzakjes en camera's afgeven bij een winkeltje waar ze in een kluisje kunnen, alleen paspoorten en geld mogen mee. Ik stop alles in een klein tasje en we kopen nog een mandje met offerandes voor Shiva. Bij de ingang van het straatje worden we gefouilleerd en mijn tasje wordt binnenstebuiten gekeerd. Vijftig meter verderop is de ingang van de tempel maar ook hier worden we weer tegengehouden. We moeten ons eerst melden bij een stel onvriendelijk kijkende dikke militairen en ons registreren. Het is er bloedheet en de wind van de ventilator boven de mannen bereikt ons niet waardoor het zweet met straaltjes over ons lijf glijdt.

Als we eindelijk verder mogen worden we bij de ingang nogmaals gefouilleerd en wordt mijn wederom binnenstebuiten gekeerd. Dan mogen we door. Maar de vrouwelijke militair die mijn tas heeft bekeken wordt teruggefloten: mijn tas mag niet mee naar binnen. Ze gebaren dat ik hem achter kan laten bij de militairen. Dat doe ik dus niet. Al ons hebben en houwen zit hierin en ik vertrouw het corrupte systeem voor geen meter. Ik besluit dus om buiten te blijven wachten, zij het met de grootste moeite en teleurstelling. Tarah en Barth gaan wel naar binnen en worden rondgeleid door een man die alles aan ze uitlegt. Ze worden naar een groot Lingam beeld gebracht waar ze van een priester een aantal hindu teksten moeten nazeggen. Ze worden gezegend met een stip op het voorhoofd, krijgen een streng bloemen omgehangen en mogen dan het heiligste Shiva symbool van de stad aanraken. Vervolgens krijgen ze het vriendelijke verzoek een donatie te geven voor de tempel. "De meeste mensen geven 1000 Rupees of meer..." krijgen ze te horen. Onder indruk van het ritueel stemmen ze toe. Het laat laat uiteindelijk een wat gemengd gevoel achter, hebben ze nu een genereuze bijdrage geleverd aan de instandhouding van de tempel of zijn ze domweg opgelicht? Direct na de bijdrage worden ze snel weer naar buiten geleid waar ik ze sta op te wachten. Ze zien er kleurrijk uit. Ik besluit zelf niet meer naar binnen te gaan. Ik wilde met Tarah en Barth samen dit ervaren en voel er niet zoveel voor om ook nog eens 1000 rupees (17,50 euro) uit mijn zak geklopt te krijgen. Het is mijn vierde keer India en ik heb de Indiƫrs zo langzamerhand wel een beetje door. Onder het mom van het geloof worden toeristen graag wat verlicht, wat in dit geval inhoudt dat ze geld uit de zak geklopt wordt. Je mag hier nog net gratis ademhalen, al het andere kost geld. Maar misschien ben ik nu wat te kort door de bocht...

We halen onze spullen op en dan blijkt dat de man die Barth en Tarah heeft rondgeleid ook nog eens 1000 rupees wil hebben. Ik ben er dan helemaal klaar mee, pak m'n spullen, kijk die gozer nog eens vuil aan en vertrek, Barth mag het zelf verder regelen.

Bezweet en een illusie armer beklimmen we de trappen van het Dolphin restaurant om hier op het dakterras iets te drinken en bij te komen. Ook hier is het uitzicht over Varanasi magnifiek. Na een half uurtje besluiten we richting Burning Ghats te wandelen voor een demo lijkverbranding. Onderweg worden we aangesproken door Roy, een elfjarig straatjochie. Hij wil ons wel leiden. Hij is supercharmant en ontwapenend en we gaan akkoord. "Watch out!", roept ie om de haverklap als we weer in de koeienstront dreigen te stappen of ons hoofd moeten buigen voor een laag poortje. Dan zijn we bij Manikarnika Ghat, de belangrijkste burning ghat. We worden hier aangesproken door een man die zegt hier vrijwilliger te zijn. Hij leidt toeristen rond en vraagt hiervoor een bijdrage die ten goede komt aan de armen. Zegt hij... Maar hij heeft interessante verhalen en legt het hele ritueel van verbranding aan Barth uit. Tarah en ik staan ondertussen, in de rook en as, toe te kijken naar wat er zich voor onze ogen afspeelt. Terwijl we er staan worden er vier nieuwe lijken op een baar van bamboe, bedekt met goudkleurige doeken aangedragen. Het lijk wordt eerst ondergedompeld in de Ganges om gereinigd te worden. Dan wordt het een half uurtje in de zon gelegd om te drogen en wordt het op een verse stapel brandhout geplaatst. De mannelijke familieleden (de vrouwen zijn er nooit bij) strooien ghee (vloeibare boter dat ook gebruikt wordt voor koken) en sandelhout over het lijk en dan wordt het vuur aangestoken. Het duurt wel even voor het hele lijk verbrand is en bij sommigen steken de voeten er nog uit. Die worden kunstig omgeklapt als de rest al goed verbrand is. Uiteindelijk wordt de as in de Ganges gestort waar mannen deze nog eens filteren op zoek naar gouden kiezen of sieraden. Ook honden snuffelen er rond in de hoop een vers boutje te kunnen bemachtigen mocht niet alles verbrand zijn.

Het klinkt allemaal best heftig, realiseer ik me als ik dit schrijf, maar als je er staat er toekijkt is het allemaal redelijk normaal. Wij verbergen onze dode familieleden in kisten en laten alleen verdriet zien. Hier in Varanasi wordt de cyclus van wedergeboorten doorbroken en is men blij voor de overledene. Verdriet hebben mag, tonen niet want sterven in Varanasi is het mooiste wat een Hindu kan overkomen.

Na een klein uurtje hebben we genoeg gezien. De vrijwiliger incasseert zijn geld (al is het weer niet genoeg, liever had hij nog iets meer gehad) en vertelt dan dat hij in een zijdefabriek werkt. Hij wil ons er graag naartoe brengen. We stemmen toe, we willen nog wel iets kopen.

We zitten er uiteindelijk ruim een uur en krijgen van alles en nogwat te zien. De verkoper hoopt een dikke slag te slaan maar uiteindelijk vertrekken we met wat sjaaltjes en een stuk stof voor Little Goa, ons zomerhuisje. Roy brengt ons terug naar het hotel. Hier worden we aangesproken door een bootman. We spreken met hem af dat we om zes uur met hem een avondboottocht gaan doen.

We eten eerst wat op het terras. Het weer is gelukkig nog steeds goed, er lijkt geen kans op een herhaling van gisteravond. Om zes uur lopen we naar de Ganges en stappen op de boot. We laten ons stroomafwaarts meeglijden richting burning ghats. Er is een meisje op de boot gestapt, ze heet Barka en is tien jaar. Ze verkoopt bakjes met bloemetjes en kaarsjes die je op de Ganges kunt laten drijven, bedoeld om mensen voor wie je ze koopt geluk te brengen. We kopen er een aantal voor onze familieleden, voor onze pas overleden poes Mandu en voor Hardy, de vorig jaar verongelukte buurman van Tarah en Jeannet.

Als we even later weer onze ogen focussen op de Ganges zien we iets drijven waarvan we alle drie vermoeden wat het is maar eigenlijk niet willen weten. Het blijkt inderdaad een lijk te zijn. Je wilt het niet zien en toch ook weer wel. Het lichaam is opgezwollen en het gezicht is aangevreten, waarschijnlijk door vogels. Ondanks dat het mijn vierde keer India is zie ik nu voor het eerst een lijk in de Ganges. Het is afschuwwekkend en fascinerend tegelijk maar roept verder geen emoties op.

Dan komen we bij de burning ghats. Er wordt nog steeds druk gecremeerd, er worden op verschillende plekken ruim 450 lijken per dag verbrand. Het gaat dus dag en nacht door.
We gaan weer stroomopwaarts naar Dasaswamedh Ghat voor de dagelijkse ganga aarti ceremonie. Als we aankomen ligt het al vol met boten. We zijn net op tijd om zeven mannen aan te komen zien lopen die onder begeleiding van muziek en zang diverse religieuze handelingen uitvoeren met wierook, rook en kandelaren met kaarsen. Het is wel mooi om te zien maar de diepere betekenis ontgaat ons helaas. Tijd voor ondertiteling :-)

We varen terug naar het hotel en gaan op tijd slapen, we moeten morgen vroeg op voor het puja-ritueel.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten